Straatkinderen in Nederland en in Roemenië

Het probleem van de Roemeense straatkinderen begon eigenlijk met de val van Nicolae Ceaușescu in Roemenië. De kindertehuizen gingen open en daar werd het probleem van de kinderen van Roemenië duidelijk. Ceaușescu wilde een groot volk.
Hij stimuleerde de geboorte van kinderen door de ouders te belonen als er kinderen geboren werden. Gezinnen zonder kinderen werden financieel en belastingtechnisch extra belast.

De ouders konden dikwijls niet voor ze zorgen, dus belande veel van die kinderen in grote staats-kindertehuizen, waar de zorg erbarmelijk slecht was. Toen de deuren open gingen, van deze tehuizen, vluchtte heel veel van deze kinderen en belandde op straat. Ze zijn letterlijk in de riolen van de stad terecht gekomen, omdat daar ook de buizen van de stadsverwarming doorheen lopen.

Deze geven warmte af en daardoor kunnen ze de strenge winters overleven en het geeft een zekere bescherming. In Boekarest bijvoorbeeld leeft de derde generatie straatkinderen, onder de grond, in de riolen. Veel van hen zijn verslaafd!

Daar hebben wij een werk onder deze kinderen kunnen starten. We zijn begonnen met een werk op straat.

In Nederland:

Ik ben een pionier en werkte voorheen in Nederland op straat onder verslaafden, daklozen en wegloop jongeren, in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. In het verlengde ontstonden inloophuizen en op straat probeerden we het vertrouwen van deze meestal jonge mensen te winnen en met ze onderweg te gaan naar een opvang. Daardoor ontstond in Utrecht, het Koffiehuis de Brug en in Amsterdam, het inloophuis Huisje Kana.

Vanaf het begin was dit werk sterk interkerkelijk en heel praktisch gericht. Op straat was er altijd wat te eten voor de mensen van de straat en in de inloophuizen ook. We werkten met vrijwilligers uit verschillende kerken. En zelf was ik dikwijls alleen aan het werk onder de daklozen en verslaafden. Ik ging heel praktisch in op hun problemen en vertelde ze het evangelie. Dit werk groeide, sommige projecten ontwikkelden zich goed en anderen stopte na verloop van tijd. De Tweede Mijl in Amsterdam is er nog steeds. Ze zijn uit dit werk voortgekomen.
Ook het landelijk werk van stichting De Open Deur.

De stap naar Roemenië:

Op een gegeven moment zag ik op de T.V. de documentaire van de E.O. : “Als Ratten in de Riolen” Het raakte me heel erg diep en spontaan zei ik tegen mijn vrouw: Greta als ik wat meer tijd krijg, ga ik daar eens naar toe.

Dat moment kwam en ik vertrok met een telefoon nummer op zak naar Roemenië.

Het verhaal wordt te lang als ik dit hier allemaal ga vertellen, maar graag wil ik U/jullie dit eens vertellen, in uw vereniging of kerk, als U dat graag wilt?

Daar is in Boekarest een inloophuis uit ontstaan, dat Casa Cana heet, naar het eerste inloophuis in Amsterdam. Lucas en Lisa Rahanar hebben daar nu de leiding.

In Constanta aan de Zwarte Zee, een inloophuis Casa Sami en in Corbu, daar in de buurt een gezinsvervangend tehuis. Een thuis voor de kinderen van straatkinderen.

Er werd in alles voorzien wat nodig was, door mensen op de hoogte te houden d.m.v. een nieuwsbrief! Particulieren zowel als bedrijven en kerken en gemeenten. Ook scholen raken betrokken en ook daar kunnen we ons verhaal kwijt.

Elke zomer hebben we kinderkampen in de bergen van Roemenië. Er zijn mooie Jeugdherbergen nog uit de communistische tijd. Een kamp voor de kleintjes, gesponsord door de scholengemeenschap de WereDi in Valkenswaard. En een kamp voor de grote straatkinderen, gesponsord door onze Zweedse vrienden en Else-Britt, pastor in Lutherse kerk van Zweden.
We mogen ongeveer 50 kinderen in Constanta naar school helpen. Ellen Rotaru heeft daarvan de leiding. Ze is de enige Nederlandse in het team. Getrouwd met een Roemeen.

De algemene leiding berust bij Stefan Petrache, een Roemeen. Het hele team bestaat verder uit Roemenen. Waaronder een goede arts, een maatschappelijk werkster, een psycholoog en een goede kok, die heerlijk kan koken. Een fijn team! De kinderen krijgen elke dag een warme maaltijd en ze kunnen daar binnen lopen en hun verhaal kwijt. Verder kunnen ze er douchen en krijgen ze schone en warm kleding, die uit Nederland komt.
Als ze uit school komen krijgen de kinderen hulp bij hun huiswerk in Casa Sami.
We gaan praten met de moeders als er problemen zijn. Ook de moeders kunnen hulp krijgen waar dit mogelijk is en we helpen een aantal gezinnen!

’s Morgens komen de grote straatkinderen en ’s middags de kleintjes.
Er is goede begeleiding van de straatkinderen en ze kunnen terecht bij de dokter als er gezondheids problemen zijn. Veel van de kinderen zijn ziek!
’s Morgens krijgen ze ontbijt en een lunchpakket om mee te nemen naar school. We helpen bij het zoeken naar werk, of een opleiding.
’s Middag is er een kinderclub voor de kleintjes, die bijna allemaal uit arme gezinnen komen en die wonen in zelfgebouwde hutjes, zonder elektriciteit en stromend water.

In ons huis in Corbu hebben we een pleegvader en pleegmoeder, Tatjana en Vasile en een team van mensen die voor de kinderen zorgen.
We houden het klein en dat is bewust zo, zodat het op geen enkele manier gaat lijken op een kindertehuis, maar op een gezellig en warm gezin, waar veel liefde en zorg ervaren wordt door de kinderen. Ze gaan in het dorp naar school.

Als U op een of andere manier mee wilt helpen, laat U het ons dan weten?

Homepage: http://www.sos-straatkinderen.eu

Theo van Hoof,
directeur/pionier

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s